Huis van herinnering

Pieter

Verlangen is onbeschrijfelijk, alleen de ziel van liefde weet de betekenis. Zijn zinnen waren alles voor hem. Verschillende ideeën die hij op papier heeft gebracht en zijn brood er mee verdiend. Gedichten waarvan hij wist dat de maatschappij ze niet wilde. Ze waren zijn toevlucht aan het menselijk lijden. Dan hij kon ontvluchten aan zijn eigen bestaan.

Zijn hoofd hangt te ver voorover. Zijn adem stil en toch ongecontroleerd. Lippen die zich op zwellen hebben zich naar buiten gerold. Als hij langer in deze wazige houding blijft, zonder ook maar zijn mondhoeken te bewegen, zal het kwijl hem uit zijn mond stromen. Zachte nachtbriesjes komen onder het gordijn vandaan en laten hem rillen. Zijn buik zat zich in één keer uit en het lucht probeert hem van zijn gedrag tegen te houden, maar het heeft geen zin. Op de grond hebben verschillende vlekken zich al op het goedkope tapijt verspreid. De geur van alcohol merkt je nu tamelijk. In beide zijn handen zitten flessen whisky die aan zijn vingers zijn blijven plakken. Ongelukkig wrijft hij over de etiketten terwijl hij zich realiseert dat dit weer de zoveelste keer is dat hij zich aan zijn angst heeft overgegeven. Zijn paniek heeft hem weer eens een watje gemaakt. Hij kijkt naar buiten. Zijn blik onbeweeglijk naar de straatlantaarns. Telkens komen er zomermuggen op het licht af en zoeken daar hun weg zonder de informatie te hebben dat het glas de afscheiding van hun wil is. In de hele buurt is het stil. Het lijkt wel alsof de twee muggen de enige actieve organismen zijn die hier, in zijn wereld leven. Terwijl het al winter is zijn deze muggen nog hier, wachtend op de zomer. Zijn pupillen worden groter. Het licht neemt bijna beslag van zijn gezichtsveld. Tranen komen door opperste concentratie naar buiten. Hij doet er niks aan. Toch betwijfeld hij even of het wel door het staren kwam. Die gedachte houdt hem van zijn concentratie en hij keert zich van het licht om. Hij kijkt de kamer rond. De geur van zijn muffe hemdje laat hem doen walgen. Gele vlekken van zweet geven het eerst witte hemdje nu een kleurige draai. Vlekken die hij kreeg doordat hij zich al die tijd op de kamer heeft verstopt. Vlekken van al die alcohol die hij heeft gemorst. Vlekken van pijn die hij krampachtig heeft geprobeerd te onderdrukken. De flessen rollen nog zachtjes in een schommelende beweging over het tapijt. Zijn handen voelen, nu hij zich van de flessen heeft bevrijd, los en slap. Ze hangen. Hij streelt ze even om er gevoel in te krijgen. Dan staat hij op. Het bed kraakt en na een lange tijd loopt hij weer over de vloer. Zijn voeten stamelen over de vloer en komen nauwelijks voor uit. Zachte kreun geluiden van teleurstelling en verdriet laat hij naar buiten drukken. Hij dwaalt maar zijn handen reiken uit naar de kast. De schuifdeuren kraken wanneer ze langs elkaar heen bewegen. Hij stopt. Snel kijkt hij achter zich of zij niks heeft gehoord. Zijn handen zoekend terwijl zijn hoofd nog is omgekeerd. Vingers die door zijn slechte gezondheid rimpelig en hangend vel hebben gecreëerd glijden nu in een sneltempo over de voorwerpen die hij al in geen dagen meer heeft gevoeld. Truien waar bijna het stof op is gaan zitten, broeken die de frisse geur van de was hebben verloren en nu klamme eenzame geur verspreiden. Dan voelt hij het kistje. Zachtjes hoor hem je hem een kreet van vreugde slaan. Hij schuift de katoenen truien, die hij altijd voor de zondag had bewaart, die mooie truien met nette felle kleuren waar geen vlekje in te bekennen was, weg en haalt het kistje naar voren. Splinters die zich al eeuwen aan het kistje hebben vast gezet prikken nu zijn vingers. Eén klein drupje bloed komt uit zijn wijsvinger en maakt een vrije val naar de grond. Hij draagt het kistje in beide handen en legt het daarna zachtjes op zijn bed, alsof het op ontploffen staat. Even aarzelt hij. Hij weet wat erin zit. Kleine zinnetjes die hij toentertijd vlug heeft geschreven liggen nu over elkaar heen, zoals ‘Geheimen kun je het beste op je eigen manier onthullen’en ‘Verleden sluit je op, what brings it on?’ Deze zinnen brengen weer het moment van toen naar boven. De essentie van het dagelijks leven, zijn visie om de wereld en zichzelf te verbeteren. Als zijn vrouw van deze zinnen afwist had ze meteen de verf gepakt en zou ze allen weg schilderen. Geen enkele zin zou in haar huis te komen hangen. Zij vond zijn werk al vanaf het moment dat ze elkaar ontmoet hadden vreselijk. Hij was toen nog een beginnende dichter, wiens onzekerheid van de stemming van de mensen afhing. Deze zinnen schreef hij toen zodat hij jaren later weer het gevoel van die momenten weer zou voelen. Dat hij weer de levensdraad op zou pakken en zijn houvast aan deze zinnen kon geven. Maar dit kistje is veel meer. Zijn ziel, zijn momenten van passie, momenten van wanhoop zitten allemaal in dit kistje verstopt. Vertaald door die zinnen op het kistje. Hij frummelt wat aan het slot. Roestige vlekken groeien langs elkaar op het slot. Het sleuteltje dat hij al die tijd aan een ketting bij zich draagt hangt plotseling zwaarder. Zijn hand zoekt de sleutel. Dan hoort hij de trap kraken. Een licht glimp komt onder de deur vandaan. Zachte voetstappen betreden de houten trap. Hij houdt zich stil. de voetstappen net zo gecontroleerd als zijn ademhaling. Even is het stil. De deurklink hangt al naar beneden. Een korte aarzeling in de deurklink lijkt de tijd te doen stoppen. Dan bedenkt de hand zich en de deur klink gaat weer omhoog. ‘Slaap je al’ hoort hij zijn vrouw vragen. Een zachte vrouwenstem, die al heel wat jaren heeft meegemaakt. Een stem waar de passie al bijna vanaf is en zich niet meer wil verzetten. Hij is stil. in de hoop dat zij niet de kamer inkomt. Dan zal ze zien dat zijn leven veel meer is dan alleen een verstoppen angst in zijn kamer. Hij maakt geen geluid en hoopt dat ze weg gaat. Hij weet het niet zeker maar hij blijkt, wanneer zijn vrouw naar benden gaat een kleine teleurstelling te doen horen. Opgelucht haalt hij weer adem. Al dagen heeft hij geprobeerd haar te vergeten. Ze leven als schepen langs elkaar. Soms een kleine ontmoeting. Weinig passie, met een opgeluchte afscheid. Ze zwijgen omdat ze allebei bang zijn dat ze elkaar op deze leeftijd nog moeten verlaten. Zo zijn die zinnen niet de enige reden waarom hij zich afsluit. Het is dat kistje. Dat kistje heeft hem in zijn greep. Hij geeft zich eraan over en maakt met de kleine sleutel het slot open. Zonder te twijfelen maakt hij het open en laat zijn ogen over het object glijden. Een foto, van een prachtige vrouw. Bruin haar dat kort gekruld op haar hoofd zit. Zachte ogen die hem hebben doen smelten. Haar kaaklijn, zo precies dat je het perspectief van ene afstand kan zien. Haar gezicht is één van de mooiste wonderen op de wereld staat er met een licht potlood geschreven. Nooit heeft hij haar uit zijn hoofd gezet. Zelfs niet toen zijn vrouw naast hem lag. Alleen die zomer, en hij was al verkocht. Het heerlijke weer alles doet hem genieten van toen. Hopeloos verlangen.

Bij het ontbijt is het stil. een miezerig groetje probeert de stilte te breken. Zij reikt een arm naar hem uit. Zijn gezicht is strak en verzet zich niet. Dan, voordat ze haar arm helemaal heeft uitgestrekt, trekt ze hem weer beschaamd in. Met haar hoofd naar de grond gericht. Dan valt het bij hem op dat ze niet bloost. Vroeger bloosde ze altijd heel snel. Toen aren ze nog jong en probeerden ze elkaar het leven zuur te maken. Dat was voordat ze een relatie begonnen. Eigenlijk groeide door die pesterijen de relatie. Zij waren collega’s en wilden allebei promotie. Collega’s en toch vijanden. En later geliefden. Toen bloosde ze al bij de momenten dat hij haar zachtjes streelde en lieve woordjes in haar oor fluisterde. Dat was voordat ze vijftig waren.
Met allebei een boterhammetje met een klein beetje appelstroop en een lauwe kop koffie proberen ze van het ontbijt te genieten. Zwijgend zitten ze tegen elkaar. Zonnestralen komen door het hele huis en proberen de sfeer op te vrolijken. ‘Ik ga naar Frankrijk, naar het huis van pa’ zegt hij plotseling. Hij kijkt naar haar. Ze vertrekt geen spier, haar gezichtsuitdrukking blijft nog steeds eentonig en toch ook een beetje teleurgesteld. ‘Ik heb de auto nodig, het is maar voor een paar daagjes, voor pa’ voegde hij eraan toe. Voor het eerst keek hij haar even echt aan. Hij ziet haar blik. Grote ogen, vol teleurstelling. Ze weten dat dit het begin is van een afscheid, voorgoed. Ze wil wat zeggen, neemt diep adem en geeft het op. Even probeerde ze contact met hem te maken. Dan draait hij zich om en wil al zijn koffers pakken. ‘Oké’ hoort hij haar dan zachtjes zeggen, maar dat is alles. Hij wil zich nog omdraaien, maar loopt toch verder omdat hij weet dat het geen zin meer heeft. Hun relatie is door beide opgegeven en alleen een toevlucht zal hen kunnen helpen. Terwijl hij zijn koffers inpakt kan hij zijn vader maar niet uit zijn hoofd krijgen. Vorige maand was hij samen met zijn vrouw op vakantie naar om zijn vader nog te bezoeken. ‘Hij was oud’ zegt hij de hele tijd terwijl hij de kleren stuk voor stuk inpakt. Zijn vader had bijna een eeuw meegemaakt, alleen hadden zijn hartklachten daar een stokje voor gestoken. Ze hadden afgesproken om naar hem toe te gaan in zijn villa in Noord Frankrijk in de Bourgogne. Ze hadden aan een stuk door gereden en waren wel toe aan een lekkere glas drank bij hem aan het zwembad. Met antieke vazen die ze op een of andere markt hadden gehaald, want daar was zijn vader gek op. Hij hield van antiek. Dan zei hij altijd wanneer hij iets antieks zag ‘dat is in hetzelfde jaar gemaakt als wanneer ik geboren ben.’ Het was een vaas uit de Romeinse tijd, of dat moest heet voorstellen. En net wanneer ze had in de voortuin bij al zijn andere voorwerpen wilden leggen viel het hen op dat het wel heel stil was. Geen enkel geluidje kwam uit het huis. Normaal gesproken stond hij wanneer zij kwamen al op het balkon naar hen te zwaaien. Het enige wat ze hoorden was het zachte gejammer van zijn hond Tjerk. Ze liepen de tuin om, naar de achtertuin en daar vonden ze hem op zijn buik doodstil met zijn oude werkkleren aan in het zwembad liggen. Zo vredig lag hij daar, terwijl de hark die hij toen waarschijnlijk in de hand heeft gehad omdat hij in de tuin bezig was zachtjes op en neer drijft. Er kwam niks van die vakantie. Ze hadden hem na een paar dagen in het bos achter de tuin begraven. Alleen hen twee, want verdere vrienden of geliefden had zijn vader niet. Een kort afscheid veranderde hem. Dat hij nu een wees was, maakte hem machteloos en klein. De terugreis heeft hij niks tegen haar gezegd, geen woord. Zijn vader zat in zijn hoofd. Hij wist dat zijn vader ziek was, maar hij had tenminste afscheid van hem willen nemen. Alleen een prille aai over zijn bol en woordjes die hemzelf probeerden te troosten hielpen niet. Thuis sloot hij zich de hele vakantie op in zijn kamer. Wachtte zo af, totdat hij dat verdriet zal vergeten. Daar had hij alles voor over, zelfs zijn relatie.

De benzine tank is bijna leeg. hij zit nu al ongeveer 4 uur te rijden en komt nu bijna in de richting van Frankrijk. Nog ene paar snelwegen denkt hij. Nog eventjes in deze ziekmakende milieuomgeving rijden en dan lekker door de natuur. Rijden door bossen die oneindig lijken. Dat vind hij het mooiste aan Frankrijk, dat het zich op bepaalde plekken in één keer omschakelt. De hele reis heeft hij aan zijn vrouw en aan zijn vader gedacht. Hij wist dat ze vrouw hem begreep, maar waarom wilde hij haar niet mee hebben? Waarom vroeg ze dat niet? Vraagt hij zichzelf af. Met een halfvolle koffer en een schrijfblok is hij weg gegaan. Dan is de benzine op. Gelukkig is hij in de buurt van een tankstation en rijd daar zachtjes naar toe. De geur van olie en vrachtwagenchauffeurs laat hem zich op zijn gemak voelen. Een rustig gevoel, omdat hij zich nu realiseert dat hij ver van huis is. Dat hij zich niet in zijn kamer hoeft te verstoppen. Hij heeft het gewoon nodig om zijn vaders graf te bezoeken. Om door zijn huis te lopen en nog even te kijken hoe alles precies lag. Hij pakt zijn schrijfblok en terwijl hij de benzine in de tank laat stromen kan hij het toch niet laten om zijn gedachtes weer te formuleren.
Misschien
Dat klinkt zo onbegrijpelijk
Misschien laat je jezelf niet zien
Omdat we je niet zullen vergeten
Misschien
Heb je het gedaan voor mij
Zodat ik je niet kan vergeten
Dat ik je zal moeten herinneren
Om de rest te vergeten

Na een paar uur rijden en wat junkfood dat weer slecht voor zijn cholesterol zou werken heeft hij zich in de natuur geworpen en heeft het huis bereikt. Daar ging hij als kleine jongen altijd heen in de zomer. Dan speelde hij de hele zomervakantie lang in de bossen, reed hij paard, of zwom dagenlang in het zwembad. Elke keer ging hij mee. Soms met een kameraad of een vlug vriendinnetje. Maar na de plotselinge dood van zijn moeder veranderde heel wat. Zijn vader wilde niemand meer over de vloer hebben en in de weekenden moest hij altijd thuis bij zijn vader blijven.
Nu is hij er weer. Zijn auto vlak voor het huis geparkeerd. Grote bomen bedekken het zicht, waardoor het heel eenzaam lijkt. Even krijgt hij rillingen. Het huis lijkt onveranderd na de laatste keer dat hij er voor de begrafenis van zijn vader kwam. Toen scheen de zon volop en een echte lentebui probeerde zijn verdriet te onderdrukken. Nu bedekken de takken het zonlicht en een grote schaduw valt over het huis. Nog eventjes bekijkt hij het huis van een afstand en gaat daarna zachtjes naar het huis toe. Zijn ogen draaien van elke opzichten en hij wil alles in zich opnemen. Met zijn handen in zijn zakken voelt hij aan de huissleutel die hij sinds zijn vaders dood bij zich droeg. Hij stopt voor de voordeur en kijkt naar boven. Van dichtbij lijkt het huis gigantisch. Klimop dat in de oneindigheid reikt en een grote ramen hoog op de tweede etage zitten. Hij steekt de sleutel in het gat en draait het meteen om. De deur valt zachtjes op. Het si doodstil. Hij heeft de neiging om iemand te roepen. Om vlug ene ‘Hallo’te schreeuwen, of een ‘ik ben thuis’. Maar het heeft geen zin. Alle ligt er precies zoals het er de vorige keer ook zat. Maar wat hem opvalt is dat alles schoon is. Nergens zijn er antieke pendules met stof bedekt, de rand van de schilderijen van onbekende mensen glimmen. Frappant denk hij en hij laat zijn ogen het huis bekijken. Grote ogen zetten zich. De geur van zijn vader is in de hal het sterkst. Hij blijft staan en wil zijn vader het meest voelen, hier op de plek waar hij alles van hemzelf heeft neer gezet. Zijn verzameling antieke spullen zijn hier totaal tegen de muur gezet. Omdat er geen ruimte meer in de hal was, heeft zijn vader de rest maar in de voortuin gezet. Hij streelt alle spullen. Een grote klok slaat vier keer. Hij wrijft in zijn ogen, neemt nog één keer een vlugge blik en loopt daarna verder naar de keuken. Pannetjes staan allemaal netjes op elkaar. De afwas is gedaan en het ruikt hier in tegen stelling tot de hal naar bloemetjes en andere schoonmaak geurstoffen. De tegelvloer blijkt zelfs te glimmen. Misschien wel een schoonmaakster, denkt hij bij zichzelf. Uit een kastje pakt hij de koekjestrommel die zijn vader altijd precies op de tweede plank legde en neemt wat krakelingen die zijn vader ook altijd had. Ze zijn nog vers. Met zijn koffer in zijn hand slaat hij de woonkamer over en loopt naar boven. Terug naar de hal en de grote trap op. Voetstappen die kraken over het dunne rode kleedje dat over de houten trap is verspreid. Normaal gesproken sliep hij altijd in de eerste kamer rechts van de trap. Hij steekt zijn hoofd in de kamer. Een simpel bed staat daar eenzaam tegen de muur. Een raam is het enige object om vanuit deze kamer naar de buitenwereld te kijken. Deze keer niet in deze kamer. Een paar kamers verder, aan het eind van de gang, staat de kamer van zijn ouders. De deur is open en wanneer hij binnenkomt ziet hij dat de kamer verandert is. Het bed is met bordeaux rode dekens bedekt. Er liggen ook veel meer kussens dan de vorige keer op het bed. Misschien heeft zijn vader het de afgelopen jaren verandert. Vreemd genoeg ruikt hij de parfum van een vrouw door de kamer. De zoete geur van een duur merk. Hij laat zijn koffer op het bed vallen en gaat ernaast liggen. Hij kijkt uit het grote raam naar buiten. Denkend aan zijn vader valt hij in een stille slaap.
Een moment uit je leven
Kan zo verandert zijn
Iets wat je zelf niet kon weten
Lijkt van zo ver weg
Toch zo fijn
Een jeugd heb ik hier doorgebracht
Met de zonsondergang
En de warme nacht
Nu ben ik er alleen
Maar ik voel je toch
Sterk om mij heen.
De klok in de hal slaat vijf keer. Hij wordt wakker. zijn handen duwen hem op en hij wrijft de slaap uit zijn ogen. Een koel briesje komt door het raam naar binnen. Hij loopt wat rond de gigantische kamer en opent de balkondeuren en loopt het balkon op. Op deze plek kan hij de hele achtertuin bekijken, tot ver in de bossen. Zomervogels hoort hij fluiten, ene blauwe lucht hoog aan de hemel en een sterke geur van bomen. Dit is Frankrijk. Hij spreidt zijn armen en sluit zijn ogen. Wat heeft hij dit gemist, dit gevoel. Wanneer hij zich helemaal heeft ontspant en weer de tuin in kijkt ziet hij een vrouw tussen de bomen lopen. Ze draagt een roze hoed en ze komt zo te zien vanuit het graf van zijn vader. snel rent hij naar benden om haar aan te houden. Wat moest zon vrouw in zijn huis. Hij stormt de trap af en rent de achterdeur in de keuken uit. De achtertuin is groot, maar dat kan hem niet schelen. Al vanaf een afstand roept hij haar. ‘Hé, wat moet dat hier’. Zijn stem klinkt hard en dreigend. De vrouw schrikt en kijkt hem met grote ogen aan. ‘Dat kan ik beter aan u vragen zegt ze’. Ze spreekt ook Nederlands, wat gek. Hij schijnt haar nergens van te kennen. ‘Nou’ herhaalt ze weer, ‘komt er nog wat van?.’ Ze staan niet veel uit elkaar. ‘Dit is het huis van Gerard Klompsa, hij was mijn vader. hij is pas overleden.’ Zijn stem wordt steeds zachter. ‘Dat weet ik’zegt de vrouw. ‘Ik kende je vader, maar ik ken jou niet.’Ze loopt naar hem toe een steekt een hand naar hem uit. Haar vriendelijke gezicht probeert de ongemakkelijke ontmoeting te vergeten. ‘Marian van der Vos’zegt ze. Hij aarzelt even maar geeft haar niet lang daarna ene hand. ‘Jan Klompsa’ zegt hij en hij lacht. Nu lachen ze allebei wat zich na een paar seconden al omzet in een klein geschater. ‘Kom mee naar binnen’zegt ze.
‘Ik wist helemaal niet dat Gerard een zoon had. Ik kende hem dan ook niet zolang, maar toch’
- ‘Jij kende mijn vader?’
‘Ja ik werkte een tijdje voor hem, als schoonmaakster.’
‘En nu? Waarom bent u nog hier’
‘Ik heb het huis gekocht, na zijn dood stond het huis meteen te koop en kon het niet over mijn hart verkrijgen om dit huis aan een ander te verkopen. Het huis staat voor zijn passie, al zijn antiek spullen.’
-‘U werkte voor mijn vader, waarom heb ik u nog nooit gezien?’
‘Ik werkte nog maar pas, ongeveer een jaar of twee. Hij kreeg nooit bezoek, daarom wist ik ook niet dat hij een zoon had.’
Wanneer ze in de keuken zijn zet zij thee klaar en ze gaan tegenover elkaar zitten.
‘Maar wat doe jij hier, als ik vragen mag?’begint Marian.
Hij friemelt wat met zin handen. ‘Sinds de dood van mijn vader ben ik verandert, ik sluit mij af van mijn omgeving. Ik lijd er zelf onder en ik wil nu beginnen met ene schone lijn door hier een weekend paar dagen te logeren.’ Hij kijkt haar aan. Haar ogen gericht op het thee zakje dat ze onhandig op en neer dipt. Ze had iets mysterieus over zich, iets onbekends. Dat hij zo met haar praat, die ontmoeting, dat is hem nog nooit voorgekomen. Ze was ongeveer net zou oud als hij. Dat iemand op die leeftijd nog schoonmaakster is. ‘Hoe kwam je op het idee om voor mijn vader te werken?’ zijn toon klinkt vriendelijk en belangstellend. ‘Ik werkte altijd in de thuiszorg, en kreeg toen een vacature over een man die afgelegen woont. Ik was zijn verzorgster. ’En zijn enige bezoeker ook’ onderbreekt hij haar. Hij schaamt zich omdat hij zich nooit van zich heeft laten horen. Dat hij net op bezoek kwam terwijl zijn vader al dood was.

De avond valt en ze zitten nog steeds in de keuken tegenover elkaar. De zon is al bijna onder gegaan, maar ze praten nog met elkaar. Hun gespreksonderwerpen lijken hen beide te boeien. Over het landschap, over het huis. Zij zijn al begonnen met koken en hij helpt haar.
‘Kookte je ook altijd voor hem?’vraagt hij terwijl hij de wortelen snijdt.
‘Hij kon het niet meer. Ik leerde het hem wel, maar dan vergat hij dagen daarna alweer de ingrediënten.’ze lacht terwijl ze dat zegt. Ze steekt ondertussen telkens wat wortelstukjes in haar mond. ‘Ik weet wat we na het eten gaan doen’en ze lacht en stopt nog een stukje wortel in haar mond.
Weer komt die mysterieusheid naar boven. Hij wordt er op de een of andere manier opgewonden door. Hij weet dat het niet mag en hij denkt aan zijn vrouw.
Terwijl het eten op het vuur staat maakt zij een fles wijn, die ze uit zijn wijnkelder heeft gepakt, open. Twee excentrieke wijnglazen haalt ze tevoorschijn en schenkt ze vol. ‘Een vol glas is het lekkerst, zegt ze en neemt flinke teugen. Ze loopt naar buiten en laat zich op een ligstoel die ij het zwembad staat neerploffen. Wanneer ze haar hoofd naar de zon toe richt schijnt hij druppels langs haar voorhoofd naar benden zien te glijden. De zon geeft haar een lichtroze kleur. Haar donker bruine haar lijkt nu wel goud. Zo prachtig, zo mooi heeft hij bijna niemand gezien.
Wanneer de klok zeven slaat horen ze de kookwekker gaan. Ze zitten aan tafel en drinken het ene glas naar het andere. Het eten wordt weggespoeld door wijnen uit zestienhonderd. Het ene moment is het stil tijdens het eten, het andere momenten lachen ze om de domste dingen. Veel eten ze niet, er wordt meer gedronken. Alsof ze haast hebben slaan ze de glazen achterover. Met een lege maag en een volle blaas gaan ze naast elkaar lopend de tuin in. Dicht tegen elkaar lopen ze langs het zwembad, dat net schoongemaakt is. Het pas gemaaide gras voelt zacht aan wanneer zij zich erop laat vallen en hem mee trekt. Ze lacht terwijl hij boven op haar licht. Eventjes blijven ze zo, maar daarna staat hij weer op en tilt haar mee. Dan lopen ze allebei het gras af en komen in het bos achter de tuin. Daar is zijn vader begraven.
De grafsteen ligt opvallend tussen alle takken. Hij voelt zich klein worden. Zijn handen worden zweterig. Hij kijkt naar de letters op de grafsteen en het liefst zou hij nu de doodskist eruit willen graaien. Gesloten staat hij voor het graf. Met vochtige ogen kijkt haar naar de grond waar bloemen van haar op liggen. Violen, daar hield zijn vader van. Plotseling voelt hij haar hand. Ze houdt zijn hand vast. Hij kijkt naar haar en misschien komt het wel weer door de zon, maar even denkt hij een traan langs haar oog te zien.
‘Mis je hem?’ vraagt ze aan hem. Hij zwijgt, maar knikt zachtjes. Hij kan het nu net alten om toch een traan te laten vallen. ‘Het voelt alsof ik hem alleen liet. Ik was zijn zoon en bezocht hem bijna nooit.’
‘Nederland ligt niet dichtbij’zegt ze op een toon alsof ze in en discussie zit.’Jouw vader wist dat ook heus wel.’ze wrijft met haar hand zijn hand en lacht naar hem. Met haar andere hand veegt ze dat enen traantje van hem weg. Dan draaien zij zich weer naar zijn graf en blijven daar staan. Alsof ze verwachten dat Gerard eruit zal komen. dan pakt ze opeens een fotocamera een maakt een foto van hem. Hij merkt dat hij niet lachte en pakte daarom de camera uit haar handen en nam ene foto van haar. Het was zo’n camera die zelden voorkwam. Waarbij de foto’s er in één keer uit kwamen.
Die avond wanneer de zon al onder is en de nacht zich over de tuin verspreid, keren ze terug naar het huis. Onderweg praten ze over zijn vader. zij vertelt hem over zijn irritante trekjes. Dat hij altijd eerst zijn voeten wilden wassen voordat hij ging eten, omdat hij anders bang was dat de lucht van zweetvoeten naar boven zal komen en waardoor hij dan geen honger meer zou hebben. Hij hield van zijn vader, vooral omdat zijn vader die trekjes altijd al had. ‘Het is fijn om met iemand te praten die mijn vader ook kent. Mijn moeder en ik waren de enigen, toen mijn moeder stierf praatten mijn vader en ik zelden over mijn moeder. Toen mijn vader stierf praatte ik met niemand over hem.’
‘Ook niet met jouw vrouw?’vroeg zij.
Hij zweeg en dacht aan zijn vrouw die nu zeker stilletjes zat te breien en maar hoopte dat het tussen hen allemaal goed zou komen. dat zij de illusie had. Ze zouden nooit meer bij elkaar terecht komen. ze hebben elkaar ooit een keer alleen gelaten en varen nu zonder elkaar over zee. Beide doen ze er niks aan. Omdat ze allebei de hoop er niet in hebben.
‘Ik heb geen vrouw’ zegt hij.

Wanneer ze thuis zijn gaan ze meteen naar boven, nemen een fles wijn mee en lopen achter elkaar de trap op. Toevallig lopen ze allebei in dezelfde kamer.
‘Sorry, ik wist natuurlijk niet dat jij hier slaapt. Ik ga wel in de kamer hiernaast als dat goed is?’
‘Nee joh’zegt ze met een fles wijn in haar hand. Ze loopt achter hem en sluit de deur. Haar stem klinkt steeds zwoeler. Alles draait in zijn hoofd. Hij heeft in een paar uur bijna een hele fles wijn in zijn eentje opgedronken. De hele tijd heeft hij geprobeerd zich in te houden om geen domme uitspraken te doen. Alsof hij zijn eigen mond niet meer in bedwang kan houden. Hij voelt zich weer als toen hij twintig was. Een wereld vol spanning en opwinding. Heel eventjes denkt hij aan zijn vrouw. Hij ziet het voor zich dat zij zich allang in slaap heeft gehuild. En er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Het licht is uit. In de kamer is het donker en je hoort het gefladder van vleermuizen, uilen en piepende muizen die op de vlucht voor die uilen zijn. Een vochtige adem blaast in zijn nek. Hij kan de wijn al ruiken. Het is fris en met zijn hand gaat hij vanaf haar dijen naar haar hand en pakt de fles wijn uit haar handen en drinkt er met de lip aan. Dan neemt hij haar zachtjes mee op bed.
‘Wat zal je doen om mij te verleiden?’vraagt ze op alweer die mysterieuze toon.
‘Ik zal een gedicht voor je schrijven’zegt hij terwijl hij haar hand kust.
‘Schrijf je gedichten?’
‘Sinds de dood van mijn vader wel. Ze waren als een soort ontsnapping voor mij.’
‘Schrijf er een voor mij’ze ze laat zich naast hem op het bed liggen. Haar lichaam wrijft over de dekens en ze maakt zachte kreunde geluiden.
‘Ik weet al wat’zegt hij en hij pakt een viltstift uit zijn koffer en begint ermee op de muur te schrijven. Zijn hand trilt. Ze kijkt vanuit zijn schouder mee en begint zachtjes te lachen. Ze slaat haar armen om hem heen. Ze zeggen niks en er spoken zinnen door zijn hoofd.
Als de nacht zo puur was
Als jij
Dat een kaars niet branden mocht
Simpele zielen snakken naar erkenning
Zokeen troost bij elkaar
Dat leidt tot de passie
Van vuur en enthousiasme
Tot verdriet en pijn
Tot vuur en enthousiasme

Zijn hoofd bokt. Vogels fluiten hard. Zijn kleren zijn uit. het bed is leeg. zou het droom zijn geweest. Hij kijkt wat om zich heen roept haar naam, maar geen antwoord. Naast hem ligt ene fles wijn, waar nog steeds een heel klein beetje wijn op de bodem van de fles ligt. Hij staat op, maar alles draait. Hij heeft de neiging om alles eruit te gooien, maar vermant zich. Wanneer hij in zijn onderbroek op het balkon staat komt de frisse lucht als een zware pijn tegen zijn lichaam aan. Hij valt bijna in elkaar, maar dan ziet hij in het zwembad haar zwemmen. Diepe slagen maakt zij onder water. Meters zonder adem te hoeven halen. Het was dus toch geen droom. vanaf deze afstand blijft hij naar haar kijken. Ze lijkt zo klein in dat water. Ze gaat van de ene kant naar de andere.
Dan komt ze naar boven en duwt zich op uit het water. Onwetend pakt ze haar handdoek veegt hem af aan zijn gezicht, maar wanneer ze naar boven kijkt ziet ze hem in zijn onderbroek op het balkon staan.
‘Hé slaapkop! Wat sta je daar?’
‘Ik kijk hoe je zwemt, zeer fascinerend’en er verschijnt ene lach op zijn gezicht.
‘Ik kom eraan’ en ze wikkelt haar handdoek om haar lichaam.
Ook hij gaat naar benden. Vlug trekt hij een te kleine badjas aan en loopt de trap af.
In de keuken staat zij met natte haren en haar badpak al met een verzorgd ontbijt op hem te wachten.
‘Goedemorgen slaapkop’en ze loopt naar hem toe om hem een kus te geven. Hij trekt zijn hoofd weg. Niet uit afkeer tot haar. Met een kus vind hij het al officieel, terwijl er een vrouw op hem wacht. Toch kust ze hem op zijn wang.
‘Hoe vroeg ben je vandaag wel niet uit gegaan.’ Hij klinkt een beetje verbijsterd, maar onderdrukt het met een gemeende glimlach. Hij gaat weer tegenover haar zitten en schenkt wat koffie in.
‘Gisteravond was heerlijk’begint ze opeens. ‘Ik heb allang niet meer zohard genoten en wanneer je dan wakker wordt met een flinke kater is er niets lekkerder dan een frisse duik in het zwembad.
Hij knikt en lacht. Hij kan zich er niks meer van herinneren.
Dat hij zich helemaal aan de alcohol heeft overgegeven is het laagste wat hij dit reisje had kunnen doen. Hij denkt weer aan dat moment dat hij gisteren ene lach op zijn gezicht kreeg bij de geachte dat zijn vrouw zichzelf in slaap had gehuild. Plotseling flitsen er allemaal beelden voorbij. Beelden waarbij hij en Marian lachend onder de dekens zaten en zich stuk voor stuk ontbloten. Twee wilde lichamen die genoten van hun genot. En geen enkel moment dacht hij toen hij in haar zat aan zijn eigen vrouw. Hij was definitief. Hij had het ene schip verlaten en koos nu voor de andere. Voor een schip waar hij wel van hield. Wie hij goed verzorgen zal.
‘Geloof jij in het lot?’vroeg hij terwijl hij ene slok van zijn koffie nam om de walgelijkheid dat hij vreemd is gegaan weg te spoelen.
Ze lacht.
‘Ik geloof in ontmoetingen die wat kunnen beteken, als dat voor jou het lot is. Dan geloof ik ook in het lot’ en ze smeert een croissant met aardbeienjam.
Dan pakt ze zijn hand vast en streelt hem zachtjes. ‘Ik mag God wel bedanken dat hij mij heft geholpen’.
‘Geholpen waarmee, met de seks?’vraagt hij bespottend.
‘Nee’, ze lacht. ‘Met de liefde. Dat ik niet meer alleen ben.’
‘Was je eerst getrouwd?’. Hij heeft haar helemaal niet gevraagd of zij eigenlijk getrouwd was. Misschien koos zij ook de toevlucht naar een minnaar. Hij hoopte het niet, dan zou de kans nog groot zijn dat zij weer voor haar echte man koos. Dat het niet meer was dan een vlugge nacht, overspoeld door alcohol.
‘Ik had een geliefde, een tijdelijke relatie. Er zou niet veel uit komen, maar toch ontstond er enige passie.’en ze neemt haar hap in haar croissant.
‘Waarom zou er niets uit komen?’ hij kan haar niet volgen.
‘Hij was te oud’
‘Hoelang was het gelden?’
‘Pas’en ze zwijgt.
‘Wie was het?’vraagt hij
Ze is stil en eet haar croissant.
‘Wie was het?’herhaalt hij weer. Zijn stem klinkt boos en hij weet wat hem te wachten staat, maar hij wil het juiste antwoord weten.
‘Ik vraag het niet nog een keer!’
‘Jij weet best wie het was’schreeuwt ze terwijl ze huilt.
Boos staat hij op en slaat zijn stoel achterover.
Hij rent de trap op.
‘Waar ga je heen?’vraagt ze terwijl ze hem probeert tegen te houden. ‘Alsjeblieft bij nog hier, het was slechts tijdelijk. Ik was zijn verzorgster dan krijg je dat soort dingen. Ik moest hem elke keer wassen, omdat hij dat zelf niet kon. Dan is het toch niet gek dat hij verliefd raakt’.
‘En jij dan?’zegt hij. ‘Jij was wel dertig jaar jonger dan hij en jij zei er niks van. Zelfs nu bij onze eerste ontmoeting heb je niet gezegd dat jij de minnares van mijn vader was.’
‘Had je gewild dat ik dat deed? Dat ik verteld had dat ik de nieuwe vriendin van jouw vader was. Had je het dan leuk gevonden die afgelopen twee dagen. Dat je met ene vrouw samen leefde die de rol van jouw moeder in nam?’
‘Dat had ik liever gehad dan dat ik met de vrouw die mijn moeder probeerde te vervangen naar bed ging’ en hij draait zich van haar om en loopt de trap op. Hij heeft spijt van alles wat hij heeft gedaan. Het liefst wilde hij weer twintig zijn, waar dit soort dingen onbelangrijk waren en waarbij het leven nog uit de echte seks bestond en niet de vreemdgaan seks. Even had hij de neiging om te vertellen dat hij toch getrouwd was, maar ook die relatie zou wanneer hij terug kwam ten einde gaan.
Hij raakte zijn kleren bij elkaar, pakte zijn koffer en ging terwijl Marian in de deuropening van de slaapkamer stond haar voorbij en liep de trap af. Hysterisch gegil van haar probeerde hem tegen te houden, maar zonder resultaat. Zonder dat ze er iets aan kan doen. Loopt hij de hal in opent de deur en slaat hem met een klap dicht. Dat passie zich in zulke momenten kan uitdrukken. Wanneer hij buiten staat en zijn tranen niet in bedwang kan houden hoort hij haar nog zijn naam huilen. Hij kan niet terug.

Deze nacht is het warm, ook al is het winter. Hij kan maar niet in slaap komen. Ze heeft bijna alle dekens naar haar toegetrokken. Hij draait zich naar haar om. Af en toe hoor je haar zuchtende slaapgeluiden uit brengen. Zo heeft hij haar het toch het liefst. Toen hij terug uit Frankrijk kwam heeft hij niks tegen haar gezegd. Hij heeft haar met lieve woordjes behandelt, maar haar blik liet al zien dat ze al genoeg wist. Zij wist ook wel dat wanneer haar man zo lief tegen haar doet er wel iets gebeurt moest zijn geweest. Maar ze wilde er niks van weten. Hij denkt aan Marian en kan haar maar niet uit zijn hoofd krijgen. Hun relatie leek wel ene jaar te hebben geduurd. Dat er zoveel kan gebeuren in twee dagen. Zachtjes fluistert hij haar naam. Zonder dat hij weet dat zijn vrouw naast hem wakkeer ligt. Met de rug naar hem toegekeerd komen er kleine traantjes. Hij slaat een arm om haar heen, om troost te zoeken. Ze schrikt en springt uit bed.
‘Heb ik je wakker gemaakt,? Vraagt hij.
‘Ik moet plassen’en ze loopt de deur uit.
‘Wil je mij een glaasje water meebrengen? Vraagt hij
En ze loopt de kamer uit en sluit de deur zachtjes.
Hij gaat rechtop zitten en kijkt naar buiten, naar de straatlantaarns waar twee muggen op af vliegen. Twee wezens die de zomer eer terug willen halen. Na de zomer heeft hij bijna met niemand gepraat en heeft hij zich weer van de wereld afgesloten. Hij weet heus wel dat zijn vrouw wat vermoed, maar hij wil er niks aan doen. Dan gaat ook alles eerder voorbij. Toen hij terug kwam heeft hij een kistje met een foto van haar erin weggestopt achter de truien. Zinnen die zijn gevoel onder woorden konden brengen. Hij staat op en loopt naar de kast. Hij voelt truien en broeken die nog steeds netjes liggen, omdat hij nadat hij terug kwam zich nooit meer buiten de kamer heeft vertoond. De terugreis kon hij niks anders dan huilen waardoor hij bij een viaduct alle gedichten die hij heeft geschrevenen naar benden heeft gegooid. Hij stond nu tussen twee werelden in. Het heden en de toekomst. Met beide was hij ontevreden. Hoewel hij nog altijd voor Marian zou kiezen. Dan voelt hij het kistje. Hij leest na lange tijd weer de zinnen ‘Geheimen kun je het beste op je eigen manier onthullen’en ‘Verleden sluit je op, what brings it on?.’ Het gevoel komt weer naar boven en hij opent het kistje. Plotseling hoort hij voetstappen op de trap. Zijn vrouw is weer terg van de wc en hij houdt zich zo stil mogelijk. Het laatste wat hij wil is dat zijn vrouw er uiteindelijk achterkomt dat hij een foto van en ander in zijn handen houdt. ‘Slaap je al?’vraagt ze. Hij houd zich stil. ‘Ik ga even een wandeling maken’ en ze loopt de trap af. Hij kijkt naar de foto. Naar Marian op de dag dat ze naast elkaar bij het graf stonden. Dan kijkt hij op de bodem van het kistje. Een revolver die hij van zijn vader had gekregen als familiestuk ligt daar onwetend. Hij brengt de foto aan zijn lippen. Hij moet kiezen. Die hele tijd heeft hij haar gemist. Hij kan het nog veranderen. Hij legt de foto in het kistje en pakt het kistje op. In zijn badjas kijkt om de deur om er zeker van te zijn dat zijn vrouw weg is. Hij loopt snel de trap af pakt de autosleutels en stapt de auto in. Zonder echt te beseffen wat er gaat gebeuren. Hij gaat zijn vrouw verlaten, zonder ook maar afscheid van haar te nemen. Kleren koopt hij daar wel. Hij wil niet dat zijn vrouw hem ziet. Hij rijd het oprit af. De ramen zijn door de kou beslagen. Dat zijn vrouw in dit weer wil wandelen. Wanneer hij net de straat uit rijd ziet hij zijn vrouw aan de rand van de weg lopen. Dicht tegen de auto’s aan. Ze kijkt naar binnen. haar blik is vol verwijt en hij kijkt haar aan. Dan na een paar seconden let hij weer op de weg. Hij kijkt nog even in de achteruitspiegel. Zij beeft en loopt op blote voeten door het gras waar een dun sneeuwlaagje overheen is. Dat was het laatste wat hij van zijn vrouw zag. Hij kan het niet laten om zijn tranen naar voren te laten komen. wat een lafaard was hij. Waarom had ij nou nooit geluk in de liefde. Ze was toch beter af zonder hem. Hij houdt het gaspedaal zo hard mogelijk in. Ook al is het nog zo ver, hij kan niet wachten om in Marians armen te vallen. Lieve woordjes in haar oor te fluisteren en gedichten op de muur schrijven. Zinnen die hun relatie representeren. Hij heeft gemerkt dat ook al is zij met zijn vader naar bed gegaan hij haar niet vergeten kan. Zoveel impact heeft ene vrouw nog nooit op hem gemaakt. Misschien was juist de ontdekking van haar affaire wel de druppel die ervoor zorgde dat hij en zij voor elkaar bestemt waren. In een paar uur is hij al in Frankrijk. Een dikke laag sneeuw heeft hier de takken bedekt. In dit land komt elk seizoen het beste naar voren. In de herfst kleuren de bladeren hier bruin en in de lente weer groen. IJzige hobbels moet hij overrijden om bij het huis te komen. hij is hier nooit in de winter gewest. Alles lijkt nieuw voor hem. Wanneer hij uit de auto stapt schreeuwt hij het bijna uit van de pijn wanneer hij met blote voeten in de sneeuw staat. De koude nacht is hier sterker dan in Nederland. Het laat zijn lichaam beven en zelfs zijn badjas helpt niet om hem warm te houden. Hij rent op het huis af. Met bevende handen probeert hij de huissleutel in het stopcontact te duwen. Hij smijt de deur open en strompelt wat rond.
‘Marian!’roept hij. Hij probeert zijn handen warm te houden, maar de kou is te sterk. ‘Marian, ik ben het! Het was stom wat ik heb gedaan, ik ben helemaal naar jou heengereden. Ik hou van je!’. Maar geen antwoord. Hij rent de trap op naar de slaapkamer, die helemaal leeg is. Haar kleren liggen er zelfs niet meer. Hij loopt naar de muur en streelt het gedichtje wat hij toen schreef. Tranen springen naar buiten en met het kistje in zijn handen rent hij naar buiten. Het heel huis is verlaten. Alle spullen zijn weg. Hij loopt naar buiten. De kou kan hem niks meer schelen. Hij rent naar het graf van zijn vader. zijn tranen bevriezen bijna. Hij smeekt om zijn vader. nu realiseert hij zich pas dat al zijn gedichten die hij schreef niet zijn gevoel van dat moment beschreven maar het gevoel van wat hij nu voelt. Niks was voor hem belangrijk. Zijn eigen leven heeft hij verwaarloosd.
Dan loopt hij naar het zwembad. Bladeren die er tijdens de herfst van de bomen zijn gevallen liggen nu in het bad. Het water is bevroren en de bladeren geven zelfs iets kunstzinnigs. Hij lacht terwijl een traan langs zijn mondhoek glijd. Hij ziet haar nog zo hier zwemmen. Hij maakt het kistje open. Hij houdt haar foto voor zijn gezicht. Zijn geliefde, zijn tijdelijke affaire. Zij was zijn toevlucht. Zij was de essentie voor zijn gedichten al wist hij dat toen niet. Hij denkt weer aan het gedicht wat hij op de muur voor haar schreef. Dan gaat hij op het ijs staan en pakt de revolver. Hij drukt hem tegen zijn slaap en haalt heel stilletjes de trekker over en schier, met als laatste gedachte dat gedicht.
Niets leidt tot eeuwigheid
Behalve jouw gezicht
Jij bent mijn passie
Mijn houden van
Met drank als middel
Tot communicatie
Met lippen
voor onze woorden
Vluchten voor jezelf
Gaat over in de liefde van en ander
Al ben je ver weg
Diep in een herinnering
Je blijft nooit alleen

6 juli 2009

E-card

Geef je beoordeling aan het verhaal: Huis van herinnering

Actuele beoordeling: 0,00
Aantal stemmen: 0
Aantal hits: 838


Liefdesproza.nl partner: LEFF Singles Borrel

LEFF Singles Borrel

Een plek waar alle zintuigen geprikkeld worden om alledaagsheid te vermijden. Hoor, zie, voel en proef de ogenschijnlijk kleine dingen die het uitgangspunt zijn voor een dynamisch en geslaagd gevoel!

Liefdesproza.nl partner: Knuz.nl

Knuz.nl

Knuz.nl is een volkomen gratis datingsite. Met meer dan 200.000 ingeschreven leden is Knuz de grootste gratis datingsite in de Benelux met misschien wel de liefde van je leven ...


Liefdesproza.nl partner: Books for Singles

Books for Singles

Books for Singles verkoopt geen liefde, geluk of romantiek. Wel is het de gespecialiseerde online bookseller voor boeken over: singles, liefde, relaties, dating en persoonlijke groei. Books for Singles is een initiatief van het erkende relatiebureau InterDuo.

Liefdesproza.nl partner: InterDuo Relatiebemiddeling

InterDuo Relatiebemiddeling

Relatiebureau InterDuo relatiebemiddeling is het meest toonaangevende relatiebureau voor Nederlandse en Belgische HBO’ers en academici. InterDuo is erkend door de BER: Branchevereniging Erkende Relatiebureaus.

Maak uw keuze

Partners

Proza-categoriën

Extra